Praktisch verkeersexamen

Wat is het praktisch verkeersexamen nou eigenlijk?

Het praktisch verkeersexamen, ook wel fietsexamen genoemd, wordt gehouden om te kijken of de deelnemers de verkeersregels kennen en correct toepassen. Op de route die we hebben uitgezet zitten allerlei (bestaande) situaties waar de deelnemers mee om moeten kunnen gaan: voorrangssituaties, richtingveranderingen, lopen op het voetpad, verkeerslichten, etc. Op elk van deze situaties worden ze beoordeeld.

Voorwaarden om mee te mogen doen

De deelnemers zijn eerder voor het schriftelijke verkeersexamen geslaagd. Als ze niet voor het schriftelijk verkeersexamen geslaagd zijn, kennen ze de verkeersregels (nog) niet goed, en mogen ze geen examen fietsen. Maar als ze volgend jaar wel slagen voor het schriftelijk examen mogen ze met het praktisch examen van dat jaar meedoen.

Elke deelnemer moet op een goedgekeurde fiets het examen afleggen. Op een fiets, die niet is goedgekeurd, mag geen examen worden afgelegd. Voor deze controle hebben wij een Fietscontroleformulier beschikbaar, dat gedownload kan worden.

Bij de start

Elke groep meldt zich 10 minuten voor aanvang van hun examen.

De kinderen starten altijd op onze volgorde, en dat is de volgorde waarin wij de hesjes uitdelen. Het door de leerkracht op volgorde zetten (alfabetisch of naar lengte) kost in de praktijk onnodig veel tijd en veroorzaakt voor de kandidaten onnodige opwinding. Als kinderen met extra aandacht deelnemen en bijv. afhankelijk zijn van een klasgenootje dan vernemen wij dat graag bij de inschrijving, dan kunnen we hiermee rekening houden.

Als de groep bij de start arriveert krijgen alle kandidaten een hesje met een nummer. De leerkracht noteert op onze lijst de (voor)naam van de kandidaten achter elk nummer. Dit nummer wordt door de controleposten gebruikt om aantekeningen te maken. Mensen van de organisatie geven nog een paar handige tips aan de deelnemers en de fietsen worden steekproefsgewijs gecontroleerd.

De leerlingen starten met een vaste interval na elkaar, zodat iedereen de route in zijn eentje rijdt. Dat is nodig, want dan kunnen de deelnemers niet in de verleiding komen om met elkaar te gaan kletsen in plaats van zich te concentreren op de verkeersregels. Ook is het voor de controleposten makkelijker om te kijken hoe de deelnemers het doen.

Op de route

Langs de route – die de kandidaten minimaal 1 x moeten hebben geoefend! – staan op diverse locaties mensen namens de organisatie. Deze mensen kijken of de kandidaten zich aan de verkeersregels houden en maken hiervan aantekeningen. Deze controleposten zijn bijna altijd duidelijk herkenbaar aan een oranje hesje. Maar we zetten ook regelmatig onopvallende controleposten in.

Elke kandidaat passeert ongeveer 8 controleposten. Daarna komt de kandidaat bij het einde van de route, parkeert de fiets en wacht op de rest van de groep. Als de groep compleet is, vertrekt deze weer naar school.

Toezichthouders

Bij diverse examens rijden een of meer toezichthouders op de motor op de examenroute. Deze toezichthouders zien erop toe dat de leerlingen onderweg niet worden lastiggevallen en melden gevaarlijk (rij)gedrag van de deelnemers aan de organisatie. De toezichthouders kunnen mensen van Verkeersexamenbureau Nederland zijn, maar ook de politie verleent in enkele gemeente haar medewerking op dit gebied.

Einde van het examen

Als alle examenkandidaten de route hebben voltooid (en weer naar school zijn), leveren de controleposten hun aantekeningen in en gaan wij kijken wie fouten heeft gemaakt en welke fouten dat zijn geweest. Wie teveel fouten heeft gemaakt of erg gevaarlijk heeft gefietst, is gezakt. Maar als de kandidaat maar een paar kleine foutjes heeft gemaakt is deze geslaagd.
Zodra alle deelnemers zijn beoordeeld, neemt het Verkeersexamenbureau contact op met de leerkracht of met de contactpersoon van de school, en wordt de uitslag doorgegeven.

Beoordeling

Kandidaten mogen op de hele route 4 fouten maken, behalve als er sprake is van een ernstige fout: een kandidaat die door rood licht rijdt, roekeloos rijdt of gevaar veroorzaakt is altijd gezakt.

Bijvoorbeeld: als de kandidaat bij een bocht naar links geen richting aangeeft, niet over de schouder kijkt en de bocht niet ruim neemt zijn dat meteen 3 fouten!

Gezakte kandidaten mogen een volgend examen herexamen doen: indien in de gemeente in datzelfde jaar nog een examen plaatsvindt mag de kandidaat daar aansluiten, anders mag de kandidaat het volgende seizoen met groep 7 meedoen.