Het praktisch verkeersexamen mag uitsluitend afgelegd worden op een fiets, die aan de wettelijke eisen voldoet. Wij adviseren om ruim voor de examendatum de fietsen van de deelnemers te controleren. Dat kan aan de hand van het Fietscontroleformulier. Als deze controle tijdig gebeurt, is er nog voldoende tijd om eventuele mankementen aan de fiets te (laten) repareren.

Goedgekeurde fietsen kunnen worden voorzien van een ‘goedgekeurd’-sticker, die wij aan deelnemende scholen gratis toesturen (indien opgegeven bij de aanmelding).

Spreek af wie de controle van de fiets gaat doen: dat kan klassikaal, maar ook kunnen ouders dit doen.

Op een fiets, die niet aan de wettelijke eisen voldoet mag NIET aan het examen worden deelgenomen! In voorkomende gevallen mag het examen natuurlijk gereden worden op de fiets van een klasgenoot of van de leerkracht, mits deze door ons wordt goedgekeurd.

Extra info: zogenaamde BMX-fietsen zijn vaak niet voorzien van een (gesloten) kettingkast. Het voorste tandwiel is dan voorzien van een beschermende schijf, zodat geen veters of broeken tussen de ketting en het tandwiel bekneld kunnen raken. Als dit plaatje op het tandwiel zit, en de rest van de fiets is ook in orde, mag op deze fiets examen worden gereden.

Beschermplaatje voor het tandwiel

Meerdere mogelijkheden voor de fietscontrole

De fietscontrole kan op meerdere manieren gebeuren:

  • Door de fietsenmaker
    Er zijn (mobiele) fietsenmakers die gratis de fietsen komen controleren onder schooltijd. Ze lopen de fietsen na, noteren wat gerepareerd moet worden op een fietscontroleformulier en bevestigen dit formulier aan de fiets. De kinderen vragen of hun ouders instemmen met de reparatie (en de kosten), waarna ze het kaartje inleveren bij de school/leerkracht. Na enkele dagen communiceert de fietsenmaker met de school hoeveel fietsen gerepareerd moeten worden en worden nadere afspraken gemaakt.
    Spreek wel duidelijk met de fietsenmaker af, dat het gaat om een controle voor het fietsexamen, zodat alleen de wettelijke punten op basis van het fietscontroleformulier gecontroleerd worden. Een (goede) fietsenmaker zal namelijk ook onderdelen controleren, die niet per se voor het examen gerepareerd hoeven te zijn, zoals een ontbrekende standaard of een scheurtje in het zadel.
  • Door de ouder(s)/verzorger(s)
    De ouders repareren de fiets op basis van het fietscontroleformulier. Of ze laten dit doen bij hun ‘eigen’ fietsenmaker.
  • Klassikaal (allemaal tegelijk)
    Alle leerlingen gaan naast elkaar bij hun fiets staan. Vervolgens krijgen ze opdracht de fiets van de linkerbuurman/-vrouw beet te pakken, waarna de fietsen stapsgewijs worden gecontroleerd op basis van het fietscontroleformulier. Alle leerlingen moeten een pen en een controleformulier meenemen om de mankementen te noteren. Vervolgens wordt het lijstje met mankementen aan de ouders verstrekt die voor reparatie zorgdragen.
  • Klassikaal (door 2 of 3 leerlingen) of door bijv. de conciërge, een leerkacht en/of een verkeersouder
    Enkele leerlingen worden (door de leerkracht) geïnstrueerd hoe ze fietsen moeten controleren op basis van het fietscontroleformulier. Vervolgens gaat iedereen naar buiten en presenteren de leerlingen om de beurt hun fiets aan een van de controleurs. Deze noteren de mankementen op het fietscontroleformulier. Dit lijstje wordt door de leerling aan zijn/haar ouders gegeven, die voor reparatie zorgen.

De school bepaalt welke vorm voor de fietscontrole wordt gekozen. Uiteraard zijn afwijkende controles mogelijk: als de fietsen, die bij het examen worden gebruikt, maar goedgekeurd zijn! De fietsen worden vlak voor het examen steekproefsgewijs door ons gecontroleerd.